Eerste kind, buikklachten en autisme – wat Dr. Natasha Campbell-McBride zegt

Gepubliceerd op 16 augustus 2026 om 19:32

Tijdens onze zoektocht naar wat Tony helpt, komen we regelmatig uitspraken tegen die ons aan het denken zetten. Eén daarvan komt van Dr. Natasha Campbell-McBride, de arts achter het GAPS-dieet (Gut and Psychology/Physiology Syndrome).

Twee beweringen van haar blijven hangen:

  1. Autisme komt vaker voor bij het eerste kind.
  2. Zij heeft nog nooit een kind met autisme gezien dat géén darmproblemen had.

Dat raakt ons, omdat het zo dicht bij onze eigen ervaring ligt.

Wie is Dr. Natasha Campbell-McBride?

Campbell-McBride is arts, oorspronkelijk opgeleid als neuroloog en neurochirurg. Haar oudste zoon kreeg op driejarige leeftijd de diagnose autisme. De reguliere geneeskunde had volgens haar weinig te bieden. Dat zette haar aan tot intensieve studie van voeding en darmgezondheid. Uit die zoektocht groeide het GAPS-concept en het bekende “gele boek”.

Haar eigen verhaal begon dus met haar eerste kind.

De bewering over het eerste kind

In interviews zegt Campbell-McBride dat de overgrote meerderheid van de kinderen met autisme die zij ziet, eerstgeborenen zijn.

Haar redenering: de darmflora van de moeder is vaak al verstoord door de moderne levensstijl (antibiotica, voeding, stress, enzovoort). Bij de geboorte krijgt de baby zijn eerste darmbacteriën grotendeels van de moeder mee. Het eerste kind zou de “zwaarste” of meest verstoorde flora krijgen. Bij latere kinderen zou de situatie soms iets gunstiger zijn, of de moeder heeft intussen iets kunnen herstellen.

Of dit statistisch altijd klopt, is onderwerp van discussie. Er zijn wel studies die laten zien dat eerstgeborenen een iets verhoogd risico hebben op bepaalde neuro-ontwikkelingsstoornissen, waaronder autisme. Campbell-McBride koppelt dit sterk aan de darmflora van de moeder.

“Nog nooit een kind met autisme zonder darmproblemen”

Dit is haar meest stellige uitspraak.

In haar boek en in interviews zegt ze herhaaldelijk:

“I have yet to meet a child with autism […] who has not got digestive abnormalities.” (“Ik heb nog nooit een kind met autisme ontmoet dat geen spijsverteringsafwijkingen had.”)

Volgens haar is autisme in essentie een darmprobleem. De darmen produceren giftige stoffen die de hersenen beïnvloeden. Daarom ziet zij bij vrijwel alle kinderen met autisme (en ook bij ADHD, dyslexie, eczema en astma) darmklachten: diarree, obstipatie, winderigheid, buikpijn, onverteerd voedsel in de ontlasting, of een geschiedenis van koliek als baby.

Dit is haar klinische ervaring. Het is geen algemeen geaccepteerde wetenschappelijke consensus. Wel is bekend dat maag-darmklachten bij kinderen met autisme vaker voorkomen dan bij andere kinderen.

Onze eigen ervaring

Bij ons speelt precies dit contrast.

Tony, onze oudste, had vanaf dag 1 buikklachten. Natte, zure ontlasting, buikpijn, en nooit normale ontlasting. De autistische kenmerken waren ook al vroeg duidelijk.

Alec, onze jongste, heeft geen last van buikklachten. En bij hem zagen we de vroege, duidelijke autistische kenmerken veel minder of niet.

Dat maakt de uitspraken van Campbell-McBride voor ons herkenbaar. Niet als bewijs, maar als iets dat aansluit bij wat wij in huis zien.

Wat we hiervan meenemen

We nemen deze beweringen serieus genoeg om erover na te denken en erover te schrijven. Tegelijkertijd blijven we voorzichtig. Wij zijn ouders, geen artsen. We zien overeenkomsten met onze situatie, maar we trekken geen harde conclusies.

Wat wel duidelijk is: bij Tony zijn de buikklachten en de ontwikkelingsverschillen vanaf het begin met elkaar verweven. Dat is precies waarom we nu met het GAPS-dieet bezig zijn en waarom we dit soort literatuur blijven lezen.

We houden jullie op de hoogte van hoe dit zich verder ontwikkelt.

Bron

 

  • Campbell-McBride, N. (2004/2010). Gut and Psychology Syndrome. Medinform Publishing.

  • Interview: The Fertility Hour – “The GAPS Protocol with Dr. Natasha McBride” (episode 21)