Hij ziet de groep kinderen. Hij begrijpt nog niet wat er gebeurt.

Gepubliceerd op 3 september 2026 om 21:19

Vandaag viel het weer op. Tony krijgt meer mee van andere kinderen om hem heen dan een jaar geleden. Hij merkt dat ze er zijn. Dat er drukte is. Dat er “iets” gebeurt.

Dat is nieuw. En het klinkt alsof het dan ook makkelijker wordt. Bij hem niet. Hij ziet de groep kinderen. Hij begrijpt nog niet wat er gebeurt. “Straks halen we je op” komt niet binnen zoals bij ons. Waarom die kinderen bij elkaar blijven. Waarom het niet stopt. Dat valt voor hem niet vanzelf op z’n plek.

Tegelijk kan hij letters. Cijfers. Patronen. Dat kán hij echt.

Daar zaten wij zelf ook naast. We dachten: als hij dit al kan, dan komt de rest vanzelf. Dat is niet hetzelfde. Losse vaardigheden zijn iets anders dan een situatie begrijpen.

Daarom blijven we het klein houden. Geen lange uitleg. Geen “straks komt papa je ophalen” in een volle ruimte. Dat komt bij hem niet binnen. Wat wél binnenkomt: wat hij nú ziet. Jouw hand. De deur. Naar buiten. Hij kan een groep kinderen zien. Hij kan letters. Maar hij begrijpt nog niet waarom die kinderen bij elkaar blijven, of dat het even duurt en daarna klaar is.

Dus oefenen we niet op “blijf maar, dan went het”. We blijven bij wat hij aankan. Eén situatie tegelijk. En als hij je hand pakt omdat hij weg wil, gaan we mee.

Of je dat “besef” kunt oefenen? Wij denken: niet zoals je letters oefent. Wel in kleine, voorspelbare stukjes. Zonder forceren.

Daarover schreven we twee stukken:

Tony is nu 3 jaar en 5 maanden.