Kun je besef oefenen bij autisme?

Gepubliceerd op 3 september 2026 om 13:14

Mijn vader stelde een vraag die we zelf ook steeds vaker hebben.

Kun je met Tony oefenen op “besef”? En hoe weet je eigenlijk dat een kind dat besef nog niet heeft?

Twee vragen dus.

Hoe weet je dat een kind een situatie niet begrijpt?
En: is besef te oefenen als een kind grotendeels non-verbaal is en autistische kenmerken heeft?

We zijn geen deskundigen. We zoeken het uit, omdat we het bij Tony elke dag tegenkomen.


Wat we met “besef” bedoelen

Niet: merken dat er drukte is.
Wel: begrijpen wat die situatie betekent.

Dit is een groep.
We zijn hier even.
Straks gaan we naar huis.
Die andere kinderen horen hier ook bij.
Papa blijft.

Voor volwassenen zijn dat vanzelfsprekende verbanden. Voor een jong kind dat concepten nog aan het opbouwen is, kunnen het losse indrukken zijn.

Besef is hier dus geen slimheid. En het is ook geen “niet willen”. Het is of de puzzelstukjes tot één geheel worden.

Dat sluit aan bij wat we eerder schreven over losse vaardigheden versus conceptbegrip en over peuters en groepsbesef.


Hoe weet je dat een kind dat besef nog niet heeft?

Je ziet het zelden aan één ding. Het is een patroon.

Een kind kan letters, cijfers of routes wél. En toch niet begrijpen wat “straks” betekent.

Andere signalen die wij herkennen:

  • Uitleg komt niet binnen. “Nog even, dan gaan we.” “Papa haalt je op.” Het woord is er. De betekenis niet.
  • De situatie valt in losse stukken uiteen. Geluid. Beweging. Kinderen. Wachten. Niet: dit is één geheel.
  • Andere kinderen zijn geen vanzelfsprekende speelkameraadjes. Ze zijn aanwezig. Niet automatisch “samen”.
  • Het lichaam reageert eerder dan begrip. Bleek worden, oren dichthouden, weg willen, buikklachten. Vaak voordat je iets kunt uitleggen.
  • Wat gisteren lukte, lukt vandaag niet. Niet omdat het kind dwars is. Omdat de situatie elke keer nét anders is.

Belangrijk: aan de buitenkant kan het lijken op overprikkeling. En dat kán het ook zijn. Soms allebei. Een kind kan de drukte voelen én de situatie niet begrijpen.

Je weet het dus nooit 100%. Je ziet het aan wat er níét vanzelf op z’n plek valt, terwijl andere vaardigheden wél zichtbaar zijn.


Is besef te oefenen?

Kort antwoord: niet zoals je letters oefent.

Letters hebben een vaste vorm. Een groep niet. De ene keer andere kinderen. Ander geluid. Iemand die huilt. Iets wat je niet had zien aankomen.

Wat in onderzoek en praktijk wél terugkomt, is dit onderscheid:

Je kunt oefenen op wat erónder zit.
Je kunt niet “besef” als pakketje aanleren.

Onderliggende dingen die wél herhaalbaar zijn:

  • Dezelfde route, dezelfde volgorde, dezelfde korte situatie
  • Woorden koppelen aan wat er nú gebeurt, niet aan abstracte tijd
  • Samen kijken naar hetzelfde (gedeelde aandacht)
  • Een situatie klein houden, zodat er überhaupt ruimte is om iets binnen te laten komen

Wat je niet kunt forceren:

  • Begrip van “straks”, “samen”, “dit duurt even”
  • Groepsbesef door langer te blijven “wennen”
  • Uitleggen tot het kind het snapte – als de woorden de betekenis niet dragen

Bij veel kinderen met autistische kenmerken loopt dat ongelijk. Een vaardigheid kan voorlopen. Begrip van sociale situaties kan achterblijven. Dat is geen bewijs dat oefenen zinloos is. Het betekent wel dat oefenen iets anders is dan trainen tot het lukt.


Wat wij bij Tony zien

Tony is 3 jaar en 5 maanden. Hij is grotendeels non-verbaal.

Hij kan letters. Hij kan cijfers. Hij kan patronen. Dat kán hij echt.

Tegelijk heeft “straks halen we je op” voor hem niet dezelfde betekenis als voor ons. Een speelhal, visite of verjaardag valt voor hem niet vanzelf op z’n plek als: we zijn hier even, daarna gaan we weer.

Soms zit hij in zijn bubbel en gaat een klein stukje wél. Springen op de trampoline. Vijf minuten. Dan is het klaar.

Soms is er geen duidelijke reden waarom het die dag niet lukt.

Wat we wél zien: hij krijgt méér binnen dát er een groep is. Dat is nog iets anders dan begrijpen wat die groep is.

Dus als opa vraagt: kun je met Tony oefenen op besef?
Onze eerlijke stand van nu: we oefenen niet op “begrijp de groep”. We oefenen op kleine, voorspelbare stukjes wereld. En we stoppen als zijn lijf zegt dat het te veel is.


Wat we wél doen – zonder het een truc te maken

Geen stappenplan. Wel wat bij ons past.

We gaan bijna elke dag ergens heen. Vaak kort. Speeltuin. Winkel. Soms een speelparadijs. Niet om hem te laten wennen door langer te blijven. Wel om de wereld in kleine doses te laten zien.

We forceren geen uitleg in het moment. Als het te vol is, heeft praten weinig zin.

We herhalen wat vast is. Dezelfde plek. Dezelfde volgorde. Dingen die hij wél kan vasthouden.

En we blijven onderscheid maken tussen drie dingen:

wat hij kan,
wat hij binnenkrijgt,
en wat hij begrijpt.

Dat zijn geen dezelfde dingen.

Of de puzzelstukjes later meer bij elkaar komen, weten we niet. Misschien wel. Misschien in een ander tempo dan anderen verwachten.

Wat we niet willen, is doen alsof besef iets is wat je erin kunt trainen als hij het maar vaak genoeg “oefent”. Bij Tony werkt de wereld niet zo.


Bronnen en achtergrond

  • Parten, M. (1932). Fasen van sociaal spel: alleen, toekijken, naast elkaar, later samen.
  • Mundy, P. Onderzoek naar gedeelde aandacht (joint attention) als vroege bouwsteen voor later begrip.
  • Landa, R. e.a. Vroege sociale ontwikkeling bij kinderen die later autisme ontwikkelen.
  • Raising Children Network. Sociale situaties en autistische kinderen: kleine stappen, voorspelbaarheid, geen forceren.
  • In het Spectrum. Losse vaardigheden versus conceptbegrip.
  • In het Spectrum. Peuters en groepsbesef.

Dit artikel beschrijft een vraag uit onze familie, wat wij tijdens onze zoektocht tegenkwamen, en hoe we dat bij Tony zien. Elk kind ontwikkelt zich anders. Dit is geen diagnose en geen medisch advies. We zijn nog volop in ontdekking.