Op dit moment horen we regelmatig: “Tony is slim.” Hij kent het alfabet, kan tot 30 tellen, legt figuren en kleuren precies in de juiste volgorde en heeft een opvallend goed geheugen voor bepaalde dingen. Dat valt op, en het voelt ook zo.
Tegelijk merken we dat het niet het hele plaatje is. Tony is nog grotendeels non-verbaal, begrijpt veel concepten nog niet en heeft veel moeite met alledaagse dingen die voor andere kinderen van zijn leeftijd vanzelfsprekend zijn. Dat maakt het lastig om te weten wat die “slimme” dingen precies betekenen.
We schatten dat hij ondertussen zo’n 70 tot 100 woorden kent. Soms spreekt hij ze uit, soms alleen voor ons verstaanbaar. Maar hij gebruikt ze vrijwel nooit functioneel. Als hij bijvoorbeeld “auto” zegt, betekent dat niet dat hij met de auto weg wil. En als hij “opa” of “oma” zegt, wil hij niet per se naar opa en oma toe. De woorden zijn er, maar ze staan nog los van bedoeling of communicatie.
Een gesprek dat ons aan het denken zette
Onlangs spraken we met een moeder van een zoon met autisme die inmiddels 18 is. Op jonge leeftijd (rond zijn tweede jaar) kende hij al alle vlaggen van de wereld, verschillende haaiensoorten, dierennamen uit boeken, kon hij lezen en telde hij van alles. Destijds dachten veel mensen: dit kind is heel slim, misschien wel hoogbegaafd.
Jaren later bleek dat die vroege, opvallende vaardigheden vooral pasten bij zijn autisme. Ze lieten zien waar hij sterk in was, maar ze gaven geen volledig beeld van hoe zijn ontwikkeling verder is gegaan. Veel alledaagse dingen die bij zijn leeftijd horen, zoals werken, sporten in teamverband of zelfstandig sociale activiteiten ondernemen, lukken nog niet of alleen met veel ondersteuning.
Wat dit voor ons betekent bij Tony
Dit gesprek maakte iets duidelijk wat we al een tijd voelden, maar nog niet goed konden verwoorden:
- Die vroege, indrukwekkende vaardigheden (letters, cijfers, volgordes, geheugen) komen bij autisme vaker voor.
- Ze zeggen niet automatisch dat een kind hoogbegaafd is.
- Ze zeggen ook niet dat “het later wel goed komt” op alle gebieden.
- Het zijn vaak splinter skills: heel sterk op één gebied, terwijl andere ontwikkelingsgebieden achterblijven.
Dat maakt het niet minder bijzonder. Het betekent alleen niet automatisch dat “het later wel goed komt” op alle gebieden — zoals makkelijk meedoen op school, vriendschappen of het bijbenen van leeftijdsgenoten. “Goed komen” is relatief. Het kan ook betekenen dat hij later op zijn eigen manier en op zijn eigen niveau meedoet.
Bij Tony is het nu nog te vroeg om hier iets definitiefs over te zeggen. Omdat hij nog weinig functioneel spreekt, is een betrouwbare IQ-test op dit moment lastig. We zien wel dat zijn ontwikkeling ongelijk loopt: op sommige punten ver vooruit, op andere punten nog heel jong.
Waarom we dit opschrijven
We merken dat veel ouders in dezelfde fase zitten. Je kind doet dingen die indruk maken, en de omgeving reageert met “wat slim!”. Dat voelt fijn, maar het kan ook verwarrend zijn. Want ondertussen zie je ook de dingen die juist veel moeilijker gaan.
Voor ons is het belangrijk om beide te blijven zien: de sterke, bijzondere kanten én de delen waar hij nog veel steun nodig heeft. Niet om hem in een hokje te plaatsen, maar om realistisch te blijven en hem te geven wat hij op dit moment nodig heeft.
We houden jullie op de hoogte hoe dit zich verder ontwikkelt.