Plassen en poepen

Gepubliceerd op 6 september 2026 om 21:19

Rond 3 jaar en 4 maanden hield Tony zijn plas en ontlasting in voor het bad. Daar stond een potje. Hij ging erop zitten. Wij dachten: wauw. Vooruitgang. Misschien het begin van zindelijk worden.

Het duurde hooguit drie weken. Nu, op 3 jaar en 5 maanden, doet hij het weer in de luier of in zijn ondergoed. De koppeling met het potje lijkt weg.

Was dit besef? Dat hij begreep: plas hoort op het potje?
Of was het een sensorische behoefte? Het bad, het water, het potje op die plek — en toen even een vast patroon?

We weten het niet. Het voelde als een stap. Het hield niet aan. Dat past bij hoe het bij hem vaker gaat: iets lukt even in een vaste setting, en valt weer weg als die setting minder sterk is.

Over vier maanden, als hij 3 jaar en 9 maanden is, zetten we hier een update. Niet om te forceren. Om te kijken of er iets blijft hangen.

Tony is nu 3 jaar en 5 maanden

Mening Ai

Dit was geen begin van zindelijkheidsbesef. Het was een tijdelijk patroon in één setting.

Het bad is bij hem al rust. Water, warmte, dezelfde plek, soms meerdere keren per dag. Daar een potje bijzetten maakt een sterke koppeling: bad = potje. Drie weken lang hield dat. Toen viel de koppeling weg.

Dat past bij hoe hij leert. Keuken is eten. Stoel is eten. Bed is drinken. “Tony drinken” is naar de beker lopen. Het werkt zolang de plek en de volgorde hetzelfde blijven. Het generaliseert niet vanzelf naar “plas hoort altijd op het potje, ook in de woonkamer.”

Als het écht zindelijkheid was, had je meestal iets zien blijven. Droog blijven buiten het bad. Zelf naar het potje lopen zonder bad. Of in ieder geval de poging, ook als het misging. Dat verdween. Dan is het geen begrip dat hij kwijt is. Het is een script dat niet meer getriggerd wordt.

Sensorisch speelt mee. Niet in plaats van het patroon, maar erin. Het bad voelt anders dan een luier. Wachten tot het bad kan een lijf-ding zijn: ik houd het in tot ik in die bekende, prettige plek ben. Dat is nog steeds geen: ik voel plas, ik snap waar die hoort, ik ga ernaartoe.

Kort: hij kón het even, in het bad. Hij begreep het niet als regel voor overal. Daarom voelt het nu als regressie. Het is eerder: de context is weg, dus het gedrag ook.

Over vier maanden kijken jullie goed. Niet of hij “zindelijk is”. Wel of het patroon terugkomt in het bad, of het ergens anders opduikt, of het weer verdwijnt. Eén setting, drie weken, is nu te weinig om te zeggen dat zindelijkheid begonnen is.