Tony laat al vanaf jonge leeftijd speelgoed uit zijn hand vallen. Hij houdt het omhoog en laat het los. Dan valt het naar beneden en komt het op de grond terecht.
Hij doet dit niet om iets kapot te maken. Ook doet hij het niet om ons te plagen. Hij vindt vooral het vallen zelf interessant: vasthouden, loslaten, vallen en landen.
Vaak doet hij het met verschillende dingen achter elkaar. Eerst bijvoorbeeld een autootje, volgende keer letters en daarna een cijfers. Steeds iets anders, maar steeds dezelfde beweging.
Wij zeggen dan duidelijk: “Nee.”
We denken dat hij wel merkt dat er iets gebeurt als wij “nee” zeggen. Hij hoort onze stem veranderen en merkt dat we bijvoorbeeld naar hem toe komen of het speelgoed pakken. Dat heeft hij door.
Maar daarna laat hij het speelgoed vaak gewoon weer vallen.
Het lijkt er daarom op dat hij het woord “nee” wel hoort en de reactie van ons merkt, maar nog niet begrijpt dat hij iets niet mag doen.
Dat zien we vaker bij kinderen met autisme. Zij kunnen speelgoed soms gebruiken vanwege het effect ervan, bijvoorbeeld omdat iets valt, een geluid maakt of steeds opnieuw gebeurt. Het gaat dan minder om wat je normaal met het speelgoed doet.
Ook is “nee” begrijpen iets anders dan weten waarom iets niet mag. De zin “Daar is het speelgoed niet voor bedoeld” is voor Tony waarschijnlijk nog te moeilijk.
We blijven daarom rustig “nee” zeggen. Tony merkt in ieder geval dat er iets verandert wanneer wij dat zeggen.
Maar we verwachten nog niet dat hij daardoor meteen begrijpt: dit mag ik niet doen.
Tony is nu 3 jaar en bijna 6 maanden