Springen kan leuk zijn, maar het vertelt niet het hele verhaal

Gepubliceerd op 13 september 2026 om 06:27

Gisteren waren we twee keer bij opa en oma.

De eerste keer stonden we binnen vijf minuten alweer buiten. De tweede keer ging Tony meteen springen. Op de bank. Voor veel mensen ziet dat er misschien gewoon uit als een kind dat plezier heeft. Hij beweegt, soms lacht hij en alle mensen van wie hij houdt zijn bij elkaar.

En misschien is dat ook deels zo. We willen niet doen alsof springen bij Tony nooit gewoon leuk kan zijn. Het kan heel goed dat hij op zo'n moment plezier heeft, zich verbonden voelt met opa en oma en geniet van het bewegen. Springen is op zichzelf natuurlijk geen afwijkend gedrag. Ook andere jonge kinderen springen als ze blij, enthousiast of ontspannen zijn.

Tegelijkertijd zien wij bij Tony dat springen soms ook een andere functie lijkt te hebben.

Het kan voor hem een manier zijn om prikkels te verwerken en zijn lichaam te reguleren. De beweging en de druk geven hem houvast. Zeker wanneer er veel gebeurt, lijkt hij het springen steeds meer nodig te hebben. En juist dan vragen we ons af of hij nog aan het spelen is, of dat hij zichzelf met het springen probeert te helpen om alle prikkels vol te houden.

Het verschil zit voor ons daarom niet alleen in het springen zelf, maar vooral in het hele plaatje.

Als Tony echt ontspannen is en in zijn eigen bubbel zit, zien we vaak dat hij speelt en gewoon zijn eigen ding doet. Dan springt hij meestal niet. Als hij tijdens visite veel gaat springen, kan dat juist samengaan met andere signalen dat het hem moeite kost: steeds meer spanning, minder ruimte voor contact of spel en uiteindelijk het risico dat zijn energie opraakt en er een meltdown ontstaat.

Maar we willen daar ook niet te snel conclusies aan verbinden. We zijn geen onderzoekers en kunnen van buitenaf niet altijd precies zien wat er in Tony gebeurt. Misschien is het soms plezier, soms sensorische behoefte, soms spanning en waarschijnlijk soms een combinatie daarvan.

Daarom willen we hier ook verder naar kijken en meer over leren. Wat weten we over springen en andere vormen van beweging bij jonge kinderen? Wanneer is het vooral spel en plezier, en wanneer kan beweging een vorm van sensorische regulatie zijn? En hoe herken je het verschil bij een kind dat zelf nog niet kan vertellen wat er in zijn lichaam gebeurt?

Voor ons is het dus niet: Tony springt, dus hij heeft het niet naar zijn zin.

Maar ook niet: Tony springt, dus hij vindt het leuk en is ontspannen.

Het kan allebei. En juist daarom vinden we het interessant om beter te leren kijken naar wat Tony ons met zijn gedrag probeert te vertellen.

Opa en oma zijn bijna het enige adres waar visite soms lukt. Hij kent hen en hun huis. Toch is het iedere keer weer afwachten. Ongeveer de helft van de keren staan we binnen vijf minuten alweer buiten. Als het wel lukt, is twintig minuten ongeveer het maximale.

Thuis is visite nog moeilijker. Opa en oma horen voor Tony bij hún huis en hún woonkamer. In onze woonkamer wil hij bij visite eigenlijk meteen weg. Visite ergens anders is op dit moment bijna niet mogelijk.

Tony is nu 3 jaar en 5 maanden.