Gisterenavond was het een meltdown, vrijwel uit het niets. Tony was bezig met woorden en probeerde zelf twee woorden te combineren. Wij verstonden het niet en moesten het nazeggen. Je zag het verdriet in zijn ogen dat hij zich niet begrepen voelde. Dat was voor hem te veel. Hij kwam in een enorme meltdown terecht. Niks was meer goed. Autorijden niet, kidsvideo’s kijken niet. Na ongeveer 40 minuten kalmeerde hij.
Dit soort momenten kennen we al langer. Een jaar geleden zat hij alle varianten uit de Peppa Pig-familie op te noemen. Wij moesten die exact herhalen. Zodra je niet hetzelfde zei, kon hij dat niet verwerken. Dan kwam er een meltdown. Je kunt niet uitleggen dat het niet erg is, of dat het wel goed komt. Dat komt niet binnen.
Soms zien we het aankomen. Hij wordt onrustig, zegt dingen sneller of beweegt anders. Dan proberen we hem uit zijn omgeving te halen en meteen iets anders te doen, voordat het opborrelt. Maar als hij er eenmaal in zit, is het vaak niet meer te stoppen. Niks helpt meer. Andere ouders met autistische kinderen herkennen dit vast: een meltdown van 40 minuten is geen driftbui die je even uitpraat.
Daarnaast is het soms lastig te onderscheiden wat er speelt, vooral bij een kind van 3 jaar. Is het een meltdown? Zijn het de buikklachten? Of een combinatie van beide? Hij kan het niet uitleggen, en de manier waarop het eruitziet kan overlappen. Dat maakt het moeilijk om te zien wat er precies aan de hand is.
Tony is nu 3 jaar en 6,5 maand